Op 29 september komen zorgprofessionals uit het hele land samen in Driebergen voor het Nationaal Jaarcongres Overprikkeling, alweer de zesde editie. Dat zegt iets. Overprikkeling was tot voor kort vooral een term uit de zorg voor mensen met hersenletsel of autisme. Inmiddels gebruikt bijna iedereen het woord om te omschrijven waarom een gewone dinsdag soms al te veel is. Uit onderzoek van verzekeraar ASR onder Gen Z blijkt dat jongeren hun geluksgevoel gemiddeld een 6,6 geven, tegenover een 7,2 bij de rest van Nederland. De reden die het vaakst terugkomt: te veel prikkels, te weinig rust.
Overprikkeling is iets anders dan gewone drukte
Een drukke week overleef je met een goede nachtrust en een rustig weekend. Overprikkeling werkt anders. Je systeem krijgt structureel meer binnen dan het kan verwerken, en dat stapelt zich op. Waar een naderende burn-out zich vaak weken van tevoren aankondigt met vermoeidheid en concentratieverlies, voelt overprikkeling acuter: het overkomt je binnen een paar uur en verdwijnt ook weer als je de prikkels wegneemt. Neurobioloog Brankele Frank maakt in haar boek "Het Grote Ontprikkelboek" een duidelijk onderscheid tussen medische overprikkeling, bijvoorbeeld door hersenletsel of autisme, en de alledaagse mentale vermoeidheid die ontstaat door een drukke, prikkelrijke omgeving. Beide vormen voelen echt, maar vragen om een andere aanpak.
Deze signalen mis je makkelijk
Overprikkeling meldt zich niet altijd met duidelijke vermoeidheid. Vaker zie je dit:
- Je wordt kortaf bij dingen die normaal niets doen, zoals een pratende collega op de achtergrond
- Meerdere gesprekken tegelijk volgen lukt ineens niet meer
- Je zoekt actief stilte op, ook al ben je niet lichamelijk moe
- Fel licht of felle geluiden voelen zwaarder aan dan normaal
- Je stelt sociale afspraken af zonder een concrete reden
Herken je twee of meer van deze punten op een gewone doordeweekse dag, dan is dat het moment om iets aan te passen, niet om door te zetten. Belangrijk is ook dat overprikkeling zich niet altijd meteen laat zien. Sommige mensen merken pas 's avonds, als de dag voorbij is, hoe uitgeput ze eigenlijk zijn, terwijl ze overdag nog prima leken te functioneren. Dat late signaal maakt het lastig te herkennen: je koppelt de vermoeidheid dan niet meer aan de drukke vergadering of het lawaaierige kantoor van die ochtend.
Waarom het nu zoveel vaker voorkomt
Ons brein filtert continu welke prikkels belangrijk zijn en welke genegeerd kunnen worden. Volgens NEMO Kennislink raakt dat filtersysteem overbelast zodra het aanbod aan prikkels, van meldingen tot beeldschermen tot achtergrondgeluid, groter wordt dan wat het aankan. NEMO Kennislink legt uit dat dit filterproces bij iedereen kan haperen, niet alleen bij mensen met een neurologische aandoening. Een dag vol meldingen, open kantoortuinen en schermtijd tot laat in de avond levert precies dat op. Ook bij jongeren speelt dit: onderzoek van het RIVM laat zien dat ruim een op de drie jongeren mentale klachten ervaart, en constante digitale prikkels worden daarbij herhaaldelijk genoemd als factor. Wie denkt dat scrollgedrag zelf het grootste probleem is, mist trouwens vaak de stapeling eromheen: het is zelden één ding, maar de optelsom van meldingen, geluid en beeldschermen die je hoofd nooit echt laat uitrusten.
Grenzen stellen is de eerste stap
Overprikkeling los je niet op met een extra rustdag alleen. Het begint bij structureel minder binnenlaten. Zet meldingen standaard uit in plaats van per geval te snoozen, plan bewust prikkelarme momenten in je agenda en durf een uitnodiging af te slaan als je week al vol zit. Grenzen stellen voorkomt dat je leeg raakt, en dat geldt hier misschien wel het sterkst: elke prikkel die je vooraf uitsluit, hoeft je systeem later niet meer te verwerken.
Actief ontspannen werkt beter dan passief scrollen
Op je bank naar je telefoon staren voelt als rust, maar je brein blijft prikkels verwerken: nieuwe berichten, video's, meldingen. Actief ontspannen is effectiever, ook al kost het in het begin meer moeite. Denk aan een wandeling zonder telefoon, een paar minuten bewust ademhalen, of iets met je handen doen zoals koken of tekenen. Wie merkt dat gedachten blijven malen zodra het stil wordt, herkent misschien het patroon achter piekeren: ook dat is een vorm van een brein dat prikkels, in dit geval eigen gedachten, niet loslaat. Schrijf vijf minuten vrij op papier wat er speelt. Dat werkt vaak beter dan een poging om nergens aan te denken. Ook eten en bewegen spelen mee: op een lege maag of na een dag zonder frisse lucht reageert je systeem sneller geprikkeld op dingen die normaal geen probleem zijn. Een korte wandeling tussen twee taken door, zonder koptelefoon, geeft je brein letterlijk een moment zonder nieuwe input.
Dit is wat je vanavond al anders doet
Begin klein. Zet vanavond om negen uur alle meldingen uit, ook die van werk. Leg je telefoon in een andere kamer tijdens het eten. Kies één avond deze week waarop je niets plant, geen serie, geen social media, gewoon stilte of een boek. Je merkt het verschil sneller dan je verwacht: minder prikkels binnenlaten is geen luxe, het is onderhoud aan een systeem dat de hele dag al overuren draait.